Wat doen we?

Onze missie

In 1994 vond de genocide in Rwanda plaats. De stichting Tolerantie wil herhaling voorkomen. De doelstellingen van de stichting zijn heel breed. Beschermen van de rechten van de mens, het bevorderen van respect en emancipatie van vrouwen en het bevorderen van sport en onderwijs voor minder draagkrachtigen zijn de belangrijkste doelstellingen. Dat zijn brede en abstracte woorden.

De stichting Tolerantie is in 2010 opgericht door de huidige voorzitter. Hij is slachtoffer van de genocide die in 1994 plaatsvond in Rwanda. Met zijn ervaringen als coach en voetballer op niveau en zijn persoonlijke traumatische ervaring, weet hij als geen ander wat nodig is om ons doel te realiseren.

Herhaling voorkomen begint klein: bij jezelf. Het is immers een gegeven: verbeter de wereld en begin bij jezelf. Omdat ook de stichting te klein is om alle doelstellingen op te pakken is ervoor gekozen om dicht bij de wereld van twee bestuursleden te blijven. Die wereld is Rwanda. Een schitterend land, waar zich helaas net als in vele andere landen verschrikkelijke dingen hebben afgespeeld.

Kinderen zijn altijd de dupe van onder meer (burger)oorlogen, onderdrukking en voedseltekort. Het accent van onze stichting ligt daarom bij die kinderen.

Samen ongeacht huidskleur, geslacht, sexuele geaardheid of politieke voorkeur; gewoon samen!

De stichting Tolerantie, Benimpuhwe wil een steentje bijdragen aan een wereld waarin respect, medeleven en tolerantie belangrijke uitgangspunten zijn. Sport verbroedert.

Daarom beginnen we klein via inzamelen van gebruikte en nieuwe sportmaterialen en bezorgen daarmee kinderen en volwassen wekelijks meerdere uren van plezier waarin alle ellende even naar de achtergrond schuift.

De genocide in Rwanda

De genocide in het land Rwanda vond plaats in 1994. Het is een van de meest verdrietige gebeurtenissen uit de recente geschiedenis. In ongeveer 100 dagen werden naar schatting 800.000 mensen vermoord.

In Rwanda leefden twee grote groepen mensen: de Hutu en de Tutsi. Lange tijd woonden zij samen, maar er ontstonden spanningen tussen deze groepen. Dit kwam onder andere door oude regels uit de koloniale tijd, toen Europese landen Rwanda bestuurden en mensen ongelijk behandelden. Daardoor groeide wantrouwen en boosheid.

Op 6 april 1994 werd het vliegtuig van de president van Rwanda neergeschoten. Kort daarna begon het geweld. Extremistische Hutu-leiders gaven opdracht om Tutsi’s en ook Hutu’s die het niet met hen eens waren, te doden. Via radio en propaganda werden mensen opgehitst om mee te doen.
Veel gewone burgers werden betrokken bij het geweld. Mensen gebruikten vaak simpele wapens, zoals machetes (grote messen). Buren keerden zich soms tegen elkaar, wat het extra schokkend maakt. Veel slachtoffers waren kinderen, vrouwen en families die zich probeerden te verstoppen.

De internationale gemeenschap, zoals andere landen en organisaties, greep niet op tijd in. Daardoor kon het geweld lange tijd doorgaan. Pas toen een rebellenleger, geleid door Tutsi’s, het land overnam, stopte de genocide.
Na de genocide was Rwanda een land vol verdriet. Veel mensen hadden familie verloren. Ook moesten mensen leren samen verder te leven, terwijl er veel pijn en wantrouwen was. De regering en hulporganisaties hebben sindsdien gewerkt aan verzoening: proberen vrede te maken en elkaar weer te vertrouwen.

Vandaag de dag probeert Rwanda te laten zien dat het belangrijk is om samen te leven zonder haat. Elk jaar wordt de genocide herdacht, zodat mensen niet vergeten wat er is gebeurd. Het is belangrijk om deze geschiedenis te kennen, zodat zoiets nooit meer gebeurt.

De genocide in Rwanda leert ons hoe gevaarlijk haat, discriminatie en propaganda kunnen zijn. Het laat ook zien hoe belangrijk het is om op te komen voor elkaar en respect te hebben voor verschillen tussen mensen.